Hoofdstuk 06 · Moeilijke momenten, grenzen en overdracht
Feitelijk overdragen en verantwoordelijkheid nemen
Leerdoel
Je rapporteert waarnemingen en acties zonder diagnose of spirituele verklaring.
Een goede overdracht scheidt waarneming van interpretatie. ‘De deelnemer zegt bang te zijn en vraagt dat we stoppen’ is concreter dan ‘er kwam een diep trauma vrij’. Vermeld wat iemand zelf zei, wat je waarnam en welke stap je nam. Deel alleen de informatie die voor de betreffende hulpvraag nodig is.
Na een incident bespreek je het verloop met het passende aanspreekpunt en leg je verbeteracties vast. Wanneer iemand klaagt over jouw handelen, luister je zonder die klacht onderdeel van diens proces te noemen. Geef informatie over een onafhankelijke klachtenroute.
Vraag de deelnemer niet jou gerust te stellen. Collegiale reflectie gaat vervolgens over jouw verantwoordelijkheid, de omstandigheden en wat daadwerkelijk aangepast moet worden.
Casus
“Je schrijft: wat iemand zei, wat je zag, welke stap je nam en welke vraag nog openstaat.”
Reflectie
Herschrijf een interpretatief incidentverslag naar vijf feitelijke zinnen.
Kennisvraag